Onderwijsparagraaf Regeeraccord
De maatregelen op onderwijsgebied van het kabinet Rutte 1
Vooraf
De paragraaf onderwijs uit het conceptregeerakkoord VVD-CDA begint als volgt: ‘Nederland heeft de ambitie om te behoren tot de top vijf van kenniseconomieën. Dit vraagt om versterking van de kwaliteit van het onderwijs en bevordering van hogere prestaties’. Daarbij denkt het kabinet dat kwaliteitsverbetering vaker zit in slimme vernieuwingen dan in geld en regels. Ook verdient ieder mens de kans het beste uit zichzelf te halen en zich te ontplooien. Er wordt 145 miljard aan ombuigingen voorgesteld. Dit betekent dat er op bepaalde posten wordt bezuinigd en dat voor eenzelfde bedrag op andere posten wordt geïnvesteerd. Dit wil overigens niet zeggen dat bepaalde sectoren (het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs) niet te maken krijgen met bezuinigingen. Zo meldt de VO-Raad bijvoorbeeld dat er in het voortgezet onderwijs meer geld wordt weggehaald dan dat er wordt geïnvesteerd (namelijk in totaal 145 miljoen minder).
‘Presteren’ is, aldus het conceptregeerakkoord, geen vies woord meer. Iedereen (ouders, leraren, leerlingen en schoolbestuurders) die bij het onderwijs betrokken is, moet ervoor zorgen dat de basis op orde is en de lat omhoog gaat. Hieronder zal blijken hoe dat voor het basis- en voortgezet onderwijs wordt uitgewerkt.
Maatregelen
1. Maatregelen ter bevordering van de kenniseconomie:
· Kinderen met een grote taalachterstand gaan met dwang en drang deelnemen aan vroeg- en voorschoolse educatie;
· Ouders zijn mede verantwoordelijk (ook financieel) voor de taalontwikkeling van hun kinderen;
· De keuze voor vakkenpakket, loopbaan of studie wordt vereenvoudigd, onder meer door doorlopende leerlijnen, het volgen van lessen en colleges in vervolgonderwijs en studiekeuzegesprekken;
· Er komen verplichte leerlingvolgsystemen met uniforme toetsen in het primair en voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs wordt een begintoets (groep 3) en een eindtoets verplicht. Daardoor kan de leerwinst objectief worden gemeten (door de onderwijsinspectie);
· Scholen gaan roosters zonder tussenuren maken en voorkomen lesuitval;
· Het aantal voortijdig schoolverlaters wordt door het programma ‘Aanval op de uitval’ teruggebracht tot hoogstens 25.000;
· Het kabinet komt met een actieplan tegen laaggeletterdheid.
2. Maatregelen om de prestaties in het onderwijs omhoog te brengen:
· De toegevoegde waarde (leerwinst) gaat zwaarder wegen bij de beoordeling van scholen en instellingen, waarbij scholen ook het predicaat ‘excellent’ kunnen verdienen;
· Het programma LeerKracht van Nederland, het actieplan om het lerarentekort aan te pakken en de kwaliteit en positie van leraren te versterken, wordt voortgezet;
· Er komt meer ruimte voor prestatiebeloning, zowel van personen als van teams;
· De kwaliteitsverhoging van de lerarenopleiding wordt voortgezet;
· In de pabo komt differentiatie, die leidt tot een brede bevoegdheid voor de hele basisschool en een specifieke bekwaamheid voor het jongere of oudere kind;
· Binnen een jaar komt de sector met een beroepsregister, waarbij de inschrijving is gekoppeld aan een periodieke bijscholingsvereiste van leraren;
· Het MBO zoekt meer aansluiting bij de arbeidsmarkt en biedt geen nieuwe opleidingen meer aan;
· Meer mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven gaan tevens lesgeven op scholen;
· De drempelloze instroom MBO-2 verdwijnt. Het VMBO-MBO2 experiment wordt structureel voortgezet en uitgebreid, waardoor meer ruimte ontstaat voor vakcolleges.
· Zwakke scholen moeten binnen een jaar het onderwijsleerproces op orde hebben. Zo niet, dan wordt tot sluiting overgegaan.
Ombuigingen
Bovenstaande maatregelen kosten geld en dat wordt onder meer weggehaald bij de onderstaande posten.
· Er komt een efficiencykorting op adviesraden en instituten via de bijdrage van de overheid aan deze instellingen;
· Er wordt 50 miljoen bezuinigd op de gewichtenregeling (waarmee basisscholen voor ouders met een laag inkomen extra geld krijgen);
· Er wordt 300 miljoen bezuinigd op passend onderwijs. Om te voorkomen dat hierdoor meer gebruik gemaakt zal worden van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs worden deze budgetten gelimiteerd op het gebruik van het aantal leerlingen in 2008. In HAVO en VWO wordt het aantal profielen met ingang van 2014 teruggebracht. 50 miljoen wordt daardoor weggehaald, daarboven blijft het geld in de scholen.
· Het bekostigingsmodel van scholen wordt eenvoudiger. Scholen krijgen daardoor meer ruimte om het onderwijs zelf in te richten, waarbij excellente leerlingen versneld door moeten kunnen en vertraging in het leerproces van leerlingen wordt tegengegaan. Aanscherping van exameneisen voorkomt diploma-inflatie.
· Een bewuster inkoopbeleid van scholen bij de gratis schoolboeken maakt het mogelijk om er vanaf 2014 een efficiencykorting op toe te passen.
Leden Inlogformulier
Kalender
Geen vergaderingen gepland.