Nieuwsbrief VO 42
Nieuwsbrief VO
Juli/augustus 2011 (nr. 42)
Inhoud
· Aanbevolen lectuur voor de MR: Onderwijstijd VO
· Exameneisen in schooljaar 2011-2012 strenger
· Nieuwe exameneisen gelden ook voor VAVO
· Gezakte VWO’ers: geen HAVO-diploma!
· Slechte aansluiting Engels bij overgang VO
· Zichzelf overschattende jongeren en de blik van werkgevers
· Hoger onderwijs bij steeds meer jongeren in trek
· Afgestudeerden en afvallers HBO: feiten en cijfers
· Afgestudeerde HBO’ers vinden snel een baan
· 1e jaar universiteit: LOB en switchende VWO’ers
· Maatschappelijke stage verplicht
· Asbestinventarisatie schoolgebouwen van vóór 1994
· Jeugdboeken verrijken cultuurhistorische canon Nederland
· Economiegames voor HAVO- en VWO-leerlingen
· Vrijwel alle kinderen kennen Kijkwijzer
· Contact
Aanbevolen literatuur voor de MR: Onderwijstijd VO
Beoordelingskader
De ambtenaren van het ministerie OCW doen hun best om goed leesbare stukken te schrijven. Soms lukt dat zo goed, dat het hart van de lezer ervan opspringt. Dat is het geval bij de inhoud, die is verborgen achter de saaie titel: Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs.
De pagina’s 9 t/m 33 zijn ten zeerste aanbevolen literatuur voor elke ouder in de MR en OR (achterban), die wil meepraten over de invulling van de geplande en gerealiseerde onderwijstijd. Er is een heldere definitie van onderwijstijd en als er over sommige activiteiten discussie is, dan kan deze activiteit getoetst worden aan het Beoordelingskader Onderwijstijd 2011-2012 van de Inspectie. Ook wordt er antwoord gegeven op vragen als: ‘Hoe om te gaan met andere onderwijsactiviteiten dan traditionele lesuren?’, ‘Wat wordt verstaan onder zelfstandig werken?’ en ‘Wat is de rol van de MR als er meer dan vijf dagen opstart- en afrondingsactiviteiten nodig zijn rond de zomervakantie?’.
Medezeggenschap
Ook de medezeggenschap komt er uitgebreid in aan de orde.
· De ouder- en leerlinggeleding MR heeft instemmingsrecht met betrekking tot de (kwalitatieve) invulling van de onderwijstijd (Wms, art 13 onder lid h). Het past bij de rol en verantwoordelijkheid van de MR dat het de mening van zijn achterban bij de besluitvorming betrekt.
· De MR heeft informatierecht ten aanzien van de gerealiseerde onderwijstijd (na afloop van het schooljaar). De school moet de gevoerde dialoog over de gerealiseerde onderwijstijd verantwoorden in het jaarverslag. Dit vloeit voort uit de Code Goed Onderwijsbestuur.
· De ouder- en leerlinggeleding MR moet instemmen met het beleid met betrekking tot (het voorkomen van) lesuitval. Dit beleid moet ook worden opgenomen in de schoolgids. De ouder- en leerlinggeleding MR moet eveneens instemmen met de (vaststelling van inhoud van de) schoolgids (Wms, art 13 onder lid g).
· In overleg met de MR worden de twee vakantieweken, die niet centraal zijn vastgesteld, gepland.
Exameneisen in schooljaar 2011-2012 strenger
Doelen
Om nog even in herinnering te roepen waarom de exameneisen zijn aangescherpt, vermelden we hier kort de twee doelen die daarmee worden nagestreefd.
1. Verhoging van de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen en verbetering van de prestaties van leerlingen op de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Leerlingen met ernstige tekorten op deze vakken, ondervinden daar in het hoger onderwijs veel last van.
2. De waarde van een diploma wordt gegarandeerd. Vervolgopleidingen en de samenleving moeten erop kunnen vertrouwen dat een diploma garant staat voor de benodigde kennis en vaardigheden.
Schooljaar 2011-2012
Met ingang van het schooljaar 2011 – 2012 worden strengere exameneisen van kracht. Ouders van wie de kinderen nu in VMBO-4, HAVO 5 en VWO 6 zitten, krijgen er voor het eerst mee te maken. We zetten ze nog even op een rij:
· Een leerling moet gemiddeld een voldoende* hebben voor het centraal examen (CE)**. Dit geldt voor alle opleidingen VMBO, HAVO en VWO.
· Bij de beroepsgerichte leerwegen van het VMBO zal het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het eindexamen even zwaar gaan meetellen bij de vaststelling van het eindcijfer.
Schooljaar 2012-2013
Ouders met kinderen in HAVO 4 en VWO 5 moeten daarnaast met het volgende rekening houden:
· Voor HAVO en VWO geldt in het volgend schooljaar bovendien dat voor één van de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal een vijf als eindcijfer is toegestaan (gemiddelde SE en CE).
· Het VMBO volgt later als er meer duidelijkheid is over de haalbaarheid van de beoogde referentieniveaus voor VMBO-leerlingen. Het gaat dan met name om leerlingen met specifieke zorgbehoeften en leerlingen met dyslexie en dyscalculie. Minister Van Bijsterveldt heeft toegezegd daarbij zorgvuldig te werk te gaan. Tot 2014 zal zij volgen hoe de prestaties van de leerlingen in de verschillende leerwegen VMBO zich ontwikkelen. Dan pas wordt er een besluit genomen over de aanscherping van de regels voor de kernvakken voor VMBO’ers.
* Het cijfer voor een CE is altijd afgerond op één decimaal. Een gemiddeld voldoende voor het CE is een zes (5,5 mag naar boven worden afgerond) Dit wordt opgenomen in het examenbesluit.
** Als bij de uitslagbepaling cijfers uit een eerdere afsluiting (bijvoorbeeld uit het schooljaar 2010-2011) zijn betrokken, is ook hierover de gemiddelde voldoende voor het CE van toepassing.
Nieuwe exameneisen gelden ook voor Vavo
Weeffout
Tot nu toe was het zo dat als je gezakt was, dan kon je met behoud van bepaalde CE-cijfers naar het VAVO. Daar behaalde je certificaten voor de vakken, die je wilde overdoen. Dit kan nog steeds als je in het schooljaar 2010-2011 bent gezakt. Maar bij het centraal examen aan het eind van het schooljaar 2011-2012 geldt de eis dat je gemiddeld tenminste een voldoende voor het CE moet halen. Die eis geldt ook als een VAVO-opleiding wordt gevolgd. Dus de cijfers van de vakken die blijven staan, tellen ook mee.
In het laatste overleg van de leerling- en ouderorganisaties met minister Van Bijsterveldt is dit punt ter sprake gekomen. Een overgangsregeling voor deze leerlingen ‘oude stijl’ had voor de hand gelegen (gelijke rechten als de vorige lichting). De minister heeft echter besloten dat de nieuwe exameneisen ook gelden voor het VAVO. In een brief aan de Tweede Kamer vermeldt zij dat er sprake is van een ‘weeffout’ in het oude eindexamenbesluit, die nu wordt hersteld. Dat kan betekenen dat leerlingen op het VAVO mogelijk meer vakken moeten overdoen om een gemiddelde voldoende (5,5) te halen.
Uitzondering
De minister geeft aan dat de staatsexamencommissie bij die leerlingen die de examens afronden in het derde tijdvak -indien nodig – wel de oude regeling kan toepassen. De basis daarvoor is de hardheidsclausule, die is opgenomen in het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000. Deze clausule kan uitsluitend worden gebruikt voor een kleine groep leerlingen die buiten hun schuld het volledige examen met herkansing niet binnen het schooljaar 2010-2011 konden afronden, en die gelegenheid pas in het derde tijdvak krijgen.
Gezakte VWO’ers: geen HAVO-diploma!
Gaatje
Het leek zo mooi. In juli was er ineens het bericht dat zeven scholieren van het Hogeland College in Warffum, die waren gezakt voor het examen atheneum, het HAVO-diploma ontvingen. Daar een gaatje in de wetgeving bleek dit mogelijk. Dat gaatje betreft de regeling dat leerlingen het recht hebben om een aantal vakken op een hoger niveau af te sluiten. De regeling beoogde leerlingen die meer kunnen, maar een volledig pakket op een hoger niveau niet aankunnen, ruimte te bieden. Deze leerlingen krijgen een diploma op het laagste niveau waarop zij vakken hebben afgerond, met een aantekening van de betreffende vakken op het hogere niveau. In Warffum lieten de leerlingen het vak waardoor zij zakten vallen en konden met de overige vakken een volledig HAVO-profiel vormen, met de aantekening dat deze op VWO-niveau zijn afgerond.
Route gesloten
Deze Friese slimheid pakte goed uit voor de betreffende leerlingen, maar andere gezakte VWO-leerlingen, die ineens ook hoop op een diploma koesterden, hebben er niets aan. Wat is het geval?
De gebruikte route kan alleen worden toegepast als de leerling, voordat de uitslag van het VWO-examen bekend is, is ingeschreven als HAVO-leerling. De uitslag is al lang bekend, dus de route is voor dit jaar afgesloten. Voor volgend jaar werken de ambtenaren aan een wetswijziging om dit trucje te voorkomen.
Slechte aansluiting Engels bij overgang naar VO!
Stand van zaken
Begin juli jl. verscheen het rapport Engels in het basisonderwijs. Het rapport brengt de stand van zaken met betrekking tot het vak Engels in kaart. De belangrijkste resultaten zijn:
· Er is grote variatie in het aanbod van Engels in het basisonderwijs. De meeste scholen bieden het aan in groep 7 en 8 (is verplicht), maar er zijn ook scholen die ermee beginnen in groep 5. Daarnaast zijn er scholen die al in groep 1 Engels aanbieden.
· Op 59% van de scholen vindt geen overdracht naar het voortgezet onderwijs plaats van leerlinggegevens voor Engels. Daarnaast zegt nog eens 18% van de leraren dat zij niet weten of dat op hun school gebeurt.
Overgang
De situatie op dit moment is dat scholen voor voortgezet onderwijs leerlingen binnenkrijgen, die op een zeer uiteenlopend niveau Engels beheersen. Bovendien ontvangen zij daarover nauwelijks gegevens van het basisonderwijs. Het gevolg is dat alle leerlingen weer op niveau nul beginnen in de brugklas. Geen ideale aansluiting bij het beginniveau van elke leerling en niet echt motiverend voor leerlingen die al aardig wat Engels spreken en schrijven.
Plan van Aanpak
In een brief aan de Tweede Kamer zegt de minister toe in het najaar van 2012 met een Plan van Aanpak te komen. Voor de korte termijn richt zij haar pijlen op het verbeteren van de prestaties op Nederlandse taal en rekenen.
De NKO begrijpt de zorgvuldigheid waarmee de minister te werk wil gaan. Zeker ook omdat op dit moment het accent ligt op de verbetering van taal en rekenen. Dat laat naar onze mening onverlet dat er nu alvast geïnvesteerd kan worden in de aanscherping van de kerndoelen voor het vak Engels in het basisonderwijs en in de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn. Dat vormt in ieder geval geen extra belasting voor de scholen.
Zichzelf overschattende jongeren en de blik van werkgevers
De bv IK
Uit een opiniepeiling onder vertegenwoordigers uit het Nederlandse bedrijfsleven blijkt dat directeuren heel anders naar de vaardigheden van jongeren kijken, dan de inschatting die jongeren daar zelf over maken.
De directeuren zijn zeer kritisch ten aanzien van de individualistische mentaliteit van de aankomende generatie werknemers. Ze zijn volgens hen zelfgericht en hebben geen respect voor gezag. Ze zijn verwend en kunnen niet goed omgaan met tegenslag. Ook zijn jongeren van nu ongeduldig en kunnen zich moeilijk concentreren. Deze eigenschappen zijn volgens de ondervraagden een belemmering om goed te kunnen functioneren in organisaties.
Tegelijkertijd hebben de directeuren veel waardering voor jongeren en de rol die zij spelen c.q. kunnen spelen. Ze vinden het leuk om met hen te werken, want ze brengen vernieuwing in de organisatie, ze zijn uitdagend om mee te werken, ze zijn ambitieus en ze hebben een zelfstandige instelling.
De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in het boek De grenzeloze generatie en de onstuitbare opkomst van de bv IK
Hoger onderwijs bij steeds meer jongeren in trek
Uit cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) blijkt dat de deelname aan het hoger onderwijs van jongeren van 18 tot 25 jaar blijft stijgen. Volgden in 2005/2006 ruim 50% van deze jongeren een MBO-, HBO- of universitaire opleiding, in 2009/2010 is dit percentage gestegen naar 55%. De stijging komt vooral voor rekening van het HBO en de universiteit (van 29 naar 33%). Het aandeel MBO-studenten is nagenoeg stabiel gebleven op 22%.
De stijging in het hoger onderwijs is deels toe te schrijven aan de licht verhoogde deelname van vrouwen (in 2009/2010: 36% vrouwen tegen 31% mannen). In het MBO is het aandeel mannen traditioneel wat hoger dan van vrouwen. Dit is in de afgelopen jaren stabiel gebleven.
Ook niet-westerse allochtone jongeren nemen meer deel aan het hoger onderwijs: 20% in 2005/2006 tegen 26% in 2009/2010. Het MBO leidt 29% allochtone jongeren op.
Afgestudeerden en afvallers HBO: feiten en cijfers
Belangrijkste bevindingen
De HBO-Raad publiceerde eind juni de factsheet Afgestudeerden en afvallers in het hoger beroepsonderwijs. Hierin staan de bevindingen onder de subkopjes Afgestudeerden, Uitval, Wisselaars en Masterstudenten. Wij vermelden hieronder enkele opmerkelijke punten.
· In het eerste jaar valt bijna 16% van de studenten uit. Het gaat om 15.000 studenten. Na drie jaar is de uitval ruim 22%.
· Met name MBO’ers vallen uit in het HBO. Gezien het lage slagingspercentage (+ 33%) op de taal- en rekentoets bij de Pabo’s, lijkt een tekort aan basisvaardigheden hieraan ten grondslag te liggen.
· Studenten in de sector Gezondheidszorg vallen, zowel na 1 als na 5 jaar, het minst uit. De grootste uitval is in de sectoren Pedagogisch, Sociaal-agogisch en Agrarisch.
· Meer dan 26% van de Havisten wisselt in het eerste jaar van studie. Bij VWO’ers is dit ruim 16% en bij MBO’ers ruim 15%.
· Ruim 55% van de studenten die in 2005 met een HBO-opleiding zijn begonnen, haalt binnen vijf jaar een diploma (48.021 afgestudeerden). Dit percentage is lager dan bij studenten die in 2004 zijn begonnen!
· Iets meer dan 71% van de studenten behaalt na acht jaar een diploma.
· Van de VWO’ers behaalt bijna 70% na vijf jaar en ruim 82% na acht jaar een diploma HBO. Bij Havisten is dat na vijf jaar ruim 50% en ruim 73% na acht jaar. Van de ingestroomde MBO’ers haalt ruim 55% na vijf jaar een diploma en 68% na acht jaar.
LOB
De factsheet bevat interessante informatie voor VO-scholen (decanen/mentoren) en ouders in de OR en MR, die werk maken van hun loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB). Eén van de vragen daarbij zal immers zijn of LOB bijdraagt aan een betere keuze voor een vervolgstudie en beroepsloopbaan. Als de eigen cijfers van de school bekend zijn over hoe de leerlingen het doen in het vervolgonderwijs, dan kunnen deze gemakkelijk vergeleken worden met de landelijke gemiddelden. Tezamen met de exit- of terugkomgesprekken (na een half jaar) met ouders en leerlingen heeft de school dan zinvol materiaal in handen om te reflecteren op wat er nog beter kan aan de LOB-activiteiten.
Ouders
Uit tal van onderzoeken blijkt telkens weer dat ouders een belangrijke rol spelen bij de loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) van hun kinderen. Dat is de reden dat de NKO twee ouderavonden heeft ontwikkeld om ouders beter toe te rusten op hun taak. ‘Coach je kind bij het maken van studiekeuzes’ (pagina 4) gaat in op de hersenontwikkeling van jongeren en de betekenis daarvan voor hun denken en handelen. Het is goed als ouders daarvan op de hoogte zijn, zodat zij kunnen anticiperen op het gegeven dat hun kind moeite heeft om ‘vooruit te denken’. Op de ouderavond ‘Profiel- en studiekeuze: de verschillende keuzestijlen’ (pagina 8) leren ouders met praktische oefeningen dat de keuzestijlen van henzelf en hun kinderen niet noodzakelijkerwijs hetzelfde hoeven te zijn. Ze leren hoe zij rekening kunnen houden met de keuzestijl van hun kind. Meer informatie: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Afgestudeerde HBO’ers vinden snel een baan
Afgestudeerde HBO’ers doen het goed op de weer aantrekkende arbeidsmarkt. Dat blijkt uit de HBO-Monitor 2010 over het examenjaar 2008-2009. De belangrijkste bevindingen zijn:
· 88% van de afgestudeerden vindt binnen drie maanden een baan;
· 5,2% van de afgestudeerden is anderhalf jaar na afstuderen nog werkloos;
· Binnen de sector gezondheidszorg is de werkloosheid onder pas afgestudeerden het laagst (2,7%);
· 50% van de afgestudeerden krijgt een vaste aanstelling. Een jaar eerder was dat nog 55%;
· Bijna 80% van de afgestudeerde HBO’ers vindt een baan op minimaal HBO-niveau
én binnen het eigen vakgebied;
· 75% van de afgestudeerden is positief over de aansluiting tussen opleiding en werk.
1e jaar universiteit: LOB en switchende VWO’ers
Switchen
Ook over de universiteit zijn cijfers bekend. Ruim 35% van de VWO-leerlingen die naar de universiteit gaan, komt er binnen een jaar achter dat zij de verkeerde keuze hebben gemaakt. 25% kiest na een jaar een andere studie, 10% verlaat de universiteit. Dit blijkt uit een analyse door Studiewijzer 123 van de cijfers over het studiejaar 2007-2008. De percentages zijn, in vergelijking met voorgaande jaren, alleen maar toegenomen.
LOB
Het is een feit dat jongeren in Nederland vroeg moeten kiezen. Daarnaast laat recent hersenonderzoek zien dat de puberhersenen vooral bezig zijn met het hier en nu en moeite hebben om te plannen en met de toekomst bezig te zijn. Dat laat onverlet dat een goede voorbereiding noodzakelijk blijft. Kiezen is een continue proces en er zal daarom doorlopend aandacht voor moeten zijn in het voortgezet onderwijs. Centraal staan de vragen: Wie ben ik?,Wat kan ik? en Wat wil ik?. Scholen doen er goed aan om ook actief samen te werken met ouders.
Intakegesprek
Ook goede intakegesprekken (matchingsgesprekken: past de studie wel bij jou?) aan de poort van de universiteit kunnen verkeerde keuzes ondervangen. Maar dat vraagt er wel om dat die gesprekken worden gevoerd door goed opgeleide personen. Mensen die ook in staat zijn een aankomend student te adviseren wat, bij een negatief advies, wel een bij hem of haar passende studie is. VWO-leerlingen hebben er baat bij als die gesprekken zo vroeg mogelijk (januari) worden gehouden. Dan hebben ze nog tijd om zich te oriënteren.
Maatschappelijke stage verplicht
Met ingang van het nieuwe schooljaar moeten alle scholieren in het voortgezet onderwijs minimaal 30 uur maatschappelijke stage lopen. Uiteraard mogen leerlingen ook meer uren stage lopen. Veel verandering zal de verplichting niet teweeg brengen op scholen, want op vrijwel alle scholen deden leerlingen al een maatschappelijke stage. De maatschappelijke stage wordt gedaan tijdens de schoolloopbaan en vindt meestal niet in de eerste leerjaren plaats.
Positieve effecten
De maatschappelijke stage laat jongeren ontdekken hoe leuk het is om op vrijwillige basis iets voor anderen te doen. Uit een peiling naar de bevindingen van de maatschappelijke stage blijkt dat docenten positieve effecten zien bij leerlingen. Zo is er een toename van de sociale vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Ook worden genoemd: meer respect voor de ander, zelfvertrouwen, bewustwording van de omgeving en waardering voor vrijwilligerswerk. Dat laatste mondt uit in de bereidheid van 17,2% van de jongeren om na de afronding van hun maatschappelijke stage als vrijwilliger actief te blijven.
Verbeterpunten
Er zijn ook enkele verbeterpunten. Het draagvlak onder de docenten in de school en onder de ouders kan nog verbeterd worden. Ook zijn tevoren de doelstellingen en de activiteiten van de stage niet altijd beschreven. Wel doen leerlingen vaak verslag via een logboek of een stageverslag. Een verankering (nabespreking) in het reguliere lesprogramma
zouden deze activiteiten nog zinvoller kunnen maken. Verder is het nog een uitdaging voor de scholen om de maatschappelijke stage goed over de leerjaren te spreiden.
Bestaand vrijwilligerswerk
Overigens hoeven leerlingen die al vrijwilligerswerk doen niet op zoek naar ander vrijwilligerswerk voor de maatschappelijke stage. Dat antwoordde minister Van Bijsterveldt tijdens het Kamerdebat over de maatschappelijke stage. In overleg met de leerling bepaalt de school of dit vrijwilligerswerk past binnen de eisen van de maatschappelijke stage of dat een aanvullende opdracht nodig is.
Werk
Een leerling van 13 en 14 jaar mag tijdens de maatschappelijke stage licht werk doen van niet-industriële aard. Zoals lichte werkzaamheden in de winkel of in de landbouw (groente oogsten, fruit plukken). Of lichte werkzaamheden op de camping, bij een manage, etc. Er worden ook verboden werkzaamheden genoemd. Raadpleeg dit document voor meer informatie.
In deze tabel is te zien voor hoeveel uren dit mag tijdens de schooldag, tijdens een niet-schooldag, in de schoolweek en in de vakantie.
Asbestinventarisatie schoolgebouwen van vóór 1994
Scholen, gehuisvest in schoolgebouwen van vóór 1994, moeten uiterlijk 1 juli 2012 hebben vastgesteld of in het gebouw asbest aanwezig is. De Tweede Kamer wil dat zo’n asbestinventarisatie plaatsvindt, indien die nog niet aanwezig is. Soms is zo’n asbestinventarisatie al gedaan en beschikbaar via de gemeente of het schoolbestuur.
Daarnaast worden deze scholen (in gebouwen van vóór 1994) gevraagd deel te nemen aan een onderzoek om een landelijk beeld te krijgen van de asbestsituatie op Nederlandse scholen. De betreffende scholen hebben inmiddels een brief ontvangen met inloggegevens voor een digitale vragenlijst. Tot half september kan die vragenlijst worden ingevuld.
Een actieve OR en MR kan bij de schoolleiding navragen of er voor hun school al een asbestinventarisatie aanwezig is en wat de consequenties (kunnen) zijn.
Meer informatie over asbest.
Jeugdboeken verrijken cultuurhistorische canon Nederland
Vanaf september 2010 is de Canon van Nederland opgenomen in de kerndoelen van het basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs. De canon bestaat uit vijftig vensters (thema’s of onderwerpen).
Kunst van Lezen heeft de vijftig canonvensters vanuit een literair perspectief toegankelijk gemaakt voor het onderwijs. Met de brochure Geschiedenis in een boekenkast ondersteunen bibliotheken scholen bij projecten rondom de Canon van Nederland. In de brochure worden vijftig jeugdboeken gekoppeld aan de vensters.
Door het gebruik van leesboeken bij de canonlessen komen leesbevordering en zaakvakken handig samen. Daarbij gaat de geschiedenis meer leven voor de leerlingen, omdat ze zich door het (voor)lezen van verhalende boeken meer kunnen identificeren met de hoofdpersonen en de gebeurtenissen. In totaal zijn er 350 jeugdtitels aan de vensters gekoppeld.
Via de boekenindex zijn er voor de bovenbouw HAVO/VWO ook allerlei filmpjes aan de vensters gekoppeld.
Economiegames voor HAVO- en VWO-leerlingen
De Nederlandse Bank (DNB) heeft in samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB) twee Nederlandstalige games voor HAVO-,VWO- en MBO-leerlingen uitgebracht. De game Inflation Island laat spelers ervaren wat de gevolgen zijn van inflatie voor henzelf, voor de economie en de maatschappij. Ook wordt aandacht geschonken aan uitwassen als hyperinflatie en deflatie om de voordelen van prijsstabiliteit duidelijk te maken.
De game €conomia zet spelers aan de knoppen van het monetaire beleid. Ze nemen besluiten over de rente om de inflatie te beteugelen, bijgestaan door een team van adviseurs en door indicatoren als geld- en productiegroei.
Vrijwel alle kinderen kennen de Kijkwijzer
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Kijkwijzer zijn 1.500 kijkers van het Jeugdjournaal in de leeftijd van 9 t/m 14 jaar ondervraagd. De belangrijkste conclusies zijn:
· Bijna alle kinderen kennen de Kijkwijzer en weten wat de bedoeling ervan is.
· Driekwart van hen gebruikt de Kijkwijzer, vooral als waarschuwing voor enge beelden (37%), seks (33%) en geweld (26%).
· Het vaak geuite vermoeden dat de Kijkwijzer kinderen juist op het spoor zet van onwenselijke beelden, blijkt niet te kloppen. Alleen oudere jongens geven deze reden aan.
· Een ruime meerderheid (82%) kijkt wel eens naar een televisieprogramma of film die voor een oudere doelgroep is bestemd. Ook al zegt de helft van de kinderen dat dit eigenlijk niet goed is. Achteraf heeft een derde daar wel eens spijt van omdat ze de film of het programma te eng vonden (65%), of omdat er teveel geweld (18%) of seks (17%) in voorkwam.
· Kinderen vinden 3D films mooier, spannender en realistischer dan tweedimensionale films.
Het Jeugdjournaal heeft over het onderzoek een item gemaakt.
Contact
Voor vragen en opmerkingen: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of bel 0800- 5010, toets 1 en dan 2.
Leden Inlogformulier
Kalender
- 21-05-2012 | 19:45 Vergadering bestuur OV met directie
- 19-06-2012 | 19:00 Afsluiting schooljaar bestuur OV Sop...
- 28-06-2012 | 18:30 Diploma-uitreiking