Nieuws VO 43

 

 Nieuwsbrief VO

 

September/oktober 2011 (nr. 43)

 

Inhoud

·        Onderwijsraad: stel invoering Passend Onderwijs uit

·        Steeds meer scholen organiseren alcoholvrije schoolfeesten

·        Nieuwe Onderwijsgids 2011 - 2012

·        Ouders hebben invloed op alcoholgebruik kinderen

·        Ons onderwijs in internationaal perspectief

·        Merkwaardige percentage dyslectische eindexamenleerlingen

·        Schoolscan dyslexie en dyscalculie

·        Hoe ouders kunnen helpen bij huiswerk

·        Seksueel risicogedrag jongeren op internet

·        Nog 9% van de coffeeshops te dicht bij school

·        Jong geleerd is oud gedaan: het belang van bewegen

·        Actualiteit in de klas: leuk en leerzaam

·        Aantal profielen HAVO – VWO niet verminderen

·        Maatschappelijke stage: de puntjes op de ï

·        Scholen tevreden over inspectiebezoek

·        Wat te doen bij dreigtweets?

·        Contact

 

 

Onderwijsraad: stel invoering Passend Onderwijs uit

Stel de invoering van Passend Onderwijs tenminste uit tot 1 augustus 2014. Dat adviseert de Onderwijsraad aan minister Van Bijsterveldt. De leraren zijn onvoldoende voorbereid en geschoold en de positie van ouders moet verder worden versterkt. Ook de journalistieke verkenning ‘Over de grenzen van de leerkracht’ bevestigt deze conclusies. Lees hier verder.

 

 

Steeds meer scholen organiseren alcoholvrije schoolfeesten

In vergelijking tot 2009 groeit het aantal scholen in het voortgezet onderwijs, waar tijdens schoolfeesten geen alcohol mag worden gedronken. Indrinken voor een schoolfeest komt echter nog veel voor. Driekwart van de scholen staat geen alcohol toe tijdens werkweken, maar 66% houdt het niet droog.

 

Bevindingen

Stap, het Nederlandse instituut voor Alcoholbeleid, onderzoekt geregeld het alcoholgebruik op scholen voor voortgezet onderwijs. Daardoor is te constateren of er vooruitgang is geboekt met het streven naar een alcoholvrije school. De belangrijkste bevindingen zijn:

·        62% van de schoolfeesten vindt op de school zelf plaats. Dat maakt het gemakkelijker om de alcoholregels te handhaven.

·        In 2009 was 37% van de scholen alcoholvrij, in 2011 is dit gestegen naar 44%.

·        Scholen die wel alcohol verkopen tijdens schoolfeesten hanteren bijna allemaal de regel ‘alleen vanaf 16 jaar’.

·        Desalniettemin drinkt op die scholen 34% van de jongeren onder de 16 alcohol op een schoolfeest.

·        5 of meer glazen alcohol in korte tijd drinken (‘bingedrinken’) wordt door 41% van de scholieren gedaan op schoolfeesten waar alcohol wordt geschonken.

·        37% van de jongeren drinkt zich voor een schoolfeest in, thuis of bij vrienden.

·        Op driekwart van de scholen mag er tijdens werkweken geen alcohol gedronken worden. Bij 66% van de scholen gebeurt dit toch.

 

Op agenda zetten

Uit het onderzoek blijkt dat alle scholen beleid (regels) hebben voor alcoholgebruik op schoolfeesten. Dat is het punt niet. De vraag is of dit beleid eens per jaar wordt geëvalueerd. De OR- of MR-ouders kunnen dit op de agenda zetten en op basis van de ervaringen tijdens de schoolfeesten en werkweken bekijken of (andere) maatregelen nodig zijn. Tegen het indrinken thuis bijvoorbeeld, zetten steeds meer scholen alcoholtesters in om dit objectief vast te kunnen stellen. En hoe worden leerlingen onder de 16 gecontroleerd, als er alcohol is toegestaan op schoolfeesten? Ook is het mogelijk om het Keurmerk ‘De alcoholvrije School’ te ontvangen.

 

 

Nieuwe Onderwijsgids 2011 - 2012

 

Ook dit jaar is er weer een geactualiseerde versie van de Onderwijsgids VO verschenen. De Gids komt, in tegenstelling tot de Gids voor het basisonderwijs, alleen in een digitale versie uit. Er staan allerlei vragen in over het voortgezet onderwijs, die voor ouders en leerlingen interessant kunnen zijn. Denk daarbij aan wanneer de schoolvakanties zijn, welke soorten onderwijs er zijn, hoe de examens plaatsvinden en hoeveel het voortgezet onderwijs kost. Op een duidelijke en overzichtelijke manier krijgen ouders antwoord op alle vragen over rechten, plichten en mogelijkheden in het voortgezet onderwijs.

 

Inhoud

De Gids is onderverdeeld in zeven hoofdstukken:
1. Het Nederlandse voortgezet onderwijs: kennen en kiezen.
2. Schoolkosten en wettelijke regels.
3. De gang van zaken op school en in de les.
4. Keuzes en adviezen tijdens de schoolloopbaan.
5. Op weg naar het examen.
6. De stem van ouders en leerlingen
7. De vorderingen op school.

 

Ouders hebben invloed op alcoholgebruik kinderen

Uitstellen van alcoholgebruik onder jongeren werkt. Ouders onderschatten hun invloed hierop. Onderzoek wijst uit dat dit ten onrechte is. Als jongeren later beginnen met drinken, drinken ze na hun zestiende jaar vaak ook minder.

 

Onjuiste redenering

Jongeren in Nederland mogen vanaf hun zestiende jaar licht-alcoholische dranken kopen. Toch vinden veel ouders het moeilijk om tot die leeftijd het drinken van alcohol bij hun kinderen te verbieden. Vaak staan ze dit oogluikend toe en vergoelijken ze het drinken met het argument ‘dat verbieden toch geen zin heeft, omdat ze dan júist gaan drinken’. Onderzoek laat echter zien dat deze redenering onjuist is. Ook al kost het moeite en win je er de populariteitsprijs niet mee, het heeft wel degelijk zin om strikte regels te hebben.

 

Strenge regels

Gedurende 5 jaar werden meer dan 3.000 jongeren en hun ouders gevolgd. Het blijkt dat jongeren, die later beginnen met het drinken van alcohol, daarna minder drinken dan hun leeftijdsgenoten. Er treedt bij hen een hogere zelfcontrole op, omdat hun ouders tot hun zestiende duidelijke regels hanteerden en handhaafden. Daardoor durven zij gemakkelijker ‘nee’ te zeggen. Een belangrijke voorwaarde is wel dat zowel de jongere als zijn ouders goed geïnformeerd worden over de nadelige effecten van alcoholgebruik op de hersenontwikkeling van jeugdigen.

Scholen en ouderraden kunnen bij de NKO ook de ouderavond: “Verslaafd gedrag bij kinderen en jongeren” bestellen.

 

 

 

Ons onderwijs in internationaal perspectief

In juni 2011 publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) het rapport Nederlandse onderwijsprestaties in perspectief. Belangrijkste conclusie daaruit zijn dat het onderwijsniveau daalt en dat de beste leerlingen in het basisonderwijs achterblijven bij leeftijdsgenoten in andere landen. Bij de 15-jarigen zien we echter ook bij leerlingen in vergelijkbare landen een dalende trend bij met name wiskunde. Het zal geen verrassing zijn dat deze conclusies, in vergelijkbare bewoordingen, ook zijn te vinden in het rapport ‘Education in a glance 2011’, dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) onlangs uitbracht. De cijfers hebben betrekking op 2007 en 2008. Andere bevindingen uit het rapport zijn:

·        Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking stijgt nog steeds. In 2009 heeft 33% van de Nederlandse 25 – 64 jarigen hoger onderwijs afgerond. Bij de jongere generatie, 25 – 34 jaar, is dit zelfs 40%.

·        Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe hoger de deelname aan de arbeidsmarkt. De jeugdwerkeloosheid in Nederland is, in de leeftijd van 15 t/m 29 jaar, opvallend laag (2,2%) in vergelijking tot het OESO-gemiddelde (6,3%). Onder de groep jongeren met een diploma hoger onderwijs is dit nog lager (1,8%).

·        Qua onderwijsinvesteringen is Nederland gezakt van plaats 6 naar plaats 9. De gemiddelde 5,6% van het bruto binnenlands product (bbp) is lager dan het OESO-gemiddelde (5,9%). In landen als Zweden, België, Denemarken en de VS ligt dit boven de 6%.

De overige bevindingen uit het OESO-rapport zijn op Trendsinbeeld/2011 te vinden.

 

 

Merkwaardige percentages dyslectische eindexamenleerlingen

Het Dagblad van het Noorden kwam onlangs met cijfers van eigen onderzoek over het gebruik van dyslexieverklaringen bij de centrale examens in het voortgezet onderwijs. Een aanzienlijk hoger percentage leerlingen dan landelijk bekend is, maakt gebruik van extra examenfaciliteiten. Minister Van Bijsterveldt heeft nog niet gereageerd. Lees hier verder.

 

 

Schoolscan dyslexie en dyscalculie

Wat kunnen scholen doen om leerlingen met een dyslexie- of dyscalculieverklaring goed voor te bereiden op het schoolexamen en het centraal examen. Er is een Schoolscan Dyslexie en Dyscalculie ontwikkeld door KPC Groep, waarmee scholen kunnen vaststellen of zij voldoende ondernemen om genoemde leerlingen voor te bereiden op de strengere exameneisen, die vanaf het schooljaar 2011-2012 van kracht worden. Ouders van wie de kinderen nu in VMBO-4, HAVO 5 en VWO 6 zitten, krijgen er dus voor het eerst mee te maken.

De schoolscan geeft inzicht in de activiteiten, knelpunten en behoeften van dyslectische en dyscalculische leerlingen in de bovenbouw VMBO, HAVO en VWO. De scan bestaat uit verschillende vragenlijsten voor verschillende betrokkenen. Zo is er bijvoorbeeld ook een vragenlijst voor ouders. Aan de hand van de vragenlijsten ontstaat dan een reëel beeld van de stand van zaken op school en worden aandachtspunten belicht.

Tot 15 december a.s. kunnen de eerste 50 aangemelde scholen een gratis terugkoppelingsgesprek krijgen.

 

 

Hoe ouders kunnen helpen bij huiswerk

Er wordt soms gemakkelijk geschreven, als het gaat om de rol van de ouders bij huiswerk. Wat kun je als ouders doen? En hoe doe je dat? Dat zijn vragen waar veel ouders mee worstelen. Hieronder volgt een overzicht van mogelijke activiteiten.

 

Rollen

Actieve rol

·        Ouder kijkt het gemaakte huiswerk na

·        Ouder helpt bij het maken van huiswerk door kind c.q. puber.

·        Ouder zorgt voor materialen en faciliteiten die nodig zijn om de huiswerkopdrachten uit te voeren.

·        Ouder controleert of het huiswerk volledig is gemaakt.

·        Ouder geeft directe instructie bij een huiswerkopdracht.

·        Ouder bemoeit zich met de uitvoering van een huiswerkopdracht en geeft hierop feedback.

 

Voorwaardenscheppende rol

·        Ouder geeft kind de opdracht huiswerk te gaan maken.

·        Ouder ondersteunt het kind bij het zelfstandig huiswerk maken.

·        Ouder zorgt ervoor dat er geen afleidende factoren zijn die huiswerk (maken) belemmeren.

·        Ouder ziet erop toe dat het huiswerk wordt gemaakt

·        Ouder heeft contact met leraar over huiswerk.

 

Ondersteuning nodig

De rol van de ouders bij huiswerk speelt zowel in (de bovenbouw van) het basisonderwijs als in (de onderbouw van) het voortgezet onderwijs. De stap naar het voortgezet onderwijs is nog altijd groot. Nogal wat leerlingen hebben bijvoorbeeld moeite met de gevraagde zelfstandigheid, met het plannen en maken van huiswerk. De ondersteuning van ouders is in deze fase dan ook zeer gewenst. Zo werpt het overhoren van huiswerk wel degelijk zijn vruchten af. En ook samen met je kind bekijken wanneer voor welk vak het beste het huiswerk gemaakt kan worden, kan een steuntje in de rug zijn.

 

Contact zoeken

Welke rol je kiest, hangt van veel factoren af. Allereerst hangt het van je kind af. Kan het zelfstandig werken? Is het in staat een planning te maken? Hoe open, communicatief is het over school? Maar ook je eigen rol als ouders is in het geding. Begrijp je het huiswerk? Weet je wat je moet doen als je kiest voor een actieve rol? Het kan zinvol zijn om contact te zoeken met de school. In het basisonderwijs loopt dat via de groepsleraar. In het voortgezet onderwijs verlopen de contacten in eerste instantie via de mentor, maar het kan ook nodig zijn om een vakleraar te spreken. Zij kunnen ouders op het spoor zetten hoe zij hun kind het beste kunnen ondersteunen bij het maken van het huiswerk. Uit onderzoek blijkt dat hoe concreter de informatie en instructie van leraren rondom huiswerk is, des te meer het zelfvertrouwen van ouders toeneemt. Dat heeft weer een positief effect op de leerprestaties van de kinderen.

Raadpleeg voor meer informatie ook de NKO-brochure Het is niet jóuw huiswerk!

 

Plan van Aanpak

Tijdens de Week van het Huiswerk, van 11 tot 18 november a.s., kunnen ouders worden bijgeschoold in de begeleiding van hun kinderen op het gebied van studieaanpak, planning en structuur aanbrengen. Op meerdere plaatsen wordt de workshop Toolkit voor de brugklas aangeboden. In de workshop ontdek je als ouders waarbij je je kind kunt helpen en met welke tips en trucs je dat kunt doen. Je verlaat de workshop met een concreet Plan van Aanpak voor de begeleiding van je kind.

 

 

Seksueel risicogedrag jongeren op internet

Bijna 7% van de kinderen vertoont extreem seksueel risicogedrag op internet. Dit gedrag begint als ze 16/17 jaar oud zijn. Voor ouders is het belangrijk om met hun pubers te blijven communiceren.

 

Cijfers

UvA-onderzoekster Susanne Baumgartner volgde twee jaar lang 1.765 jongeren in de leeftijd van twaalf tot zeventien jaar. Baumgartner constateerde dat jongeren op internet zoeken naar seksuele partners, praten over seks met vreemden, naaktfoto’s versturen en adressen uitwisselen met vreemden.

Ruim 70% van de jongeren vertoont geen riskant gedrag op het web. 23% van de jongeren doet dit wel eens en 7% neemt meerdere malen per jaar grote risico’s. Qua omvang komt die 7% neer op enkele tienduizenden jongeren. Deze groep vertoont dit extreme risicogedrag ook buiten de virtuele wereld.

 

Rol ouders

Voorspellende factoren voor risicovol gedrag zijn onder andere het gedrag van vrienden, de behoefte aan sensatie en de relatie met de ouders. Voor ouders is het belangrijk om met hun pubers te blijven communiceren. Dat kan moeilijk zijn omdat pubers op zoek zijn naar autonomie, hun grenzen opzoeken en zich af kunnen zetten tegen hun ouders. De uitdaging voor ouders is dan ook een balans te zoeken tussen vertrouwen en controleren.

 

NKO-ouderavonden

Meer weten over dit onderwerp of wilt u hierover in gesprek met andere ouders? De NKO geeft op veel scholen ouderavonden over:
Communiceren met je puber
Nieuwe media: vertrouwen of controleren?
Met je kind praten over seks 

 

Nog 9% van de coffeeshops te dicht bij school

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bericht dat nog 58 van de 650 coffeeshops (= 9%) te dicht bij een school voor voortgezet onderwijs ligt. ‘Te dicht bij een school voor voortgezet onderwijs’ is een afgeleide maat uit het regeerakkoord en betekent ‘binnen de afstand van 350 meter’. In het CBS-bericht is ook te lezen hoeveel coffeeshops er per provincie zijn en welke gemeenten het hoogste aantal coffeeshops hebben. Met andere woorden: niet in alle delen van het land vormen coffeeshops een nabije verlokking voor de leerlingen. Een derde van alle coffeeshops bevindt zich bijvoorbeeld in Amsterdam, gevolgd door Rotterdam en Haarlem. In totaal gaat het om 100 gemeenten. Maar wat is ‘nabij’? Wordt daarbij gedacht aan een afstand die te voet, per fiets of per scooter wordt afgelegd? De andere afstanden tot een school voor voortgezet onderwijs heeft het CBS ook in een tabel gezet.

 

 

Jong geleerd is oud gedaan: het belang van bewegen

Veel kinderen eten ongezond, bewegen te weinig en worden onvoldoende gestimuleerd door hun omgeving om dit gedrag te veranderen. Het voorbeeldgedrag van ouders speelt hierbij een rol, maar ook de school kan een bijdrage leveren via extra sport en een gezonde schoolkantine. Lees hier verder.

 

 

Leidt extra gymles tot betere resultaten?

Leerlingen van Mavo-3 van het Grotius College in Heerlen krijgen dit schooljaar elke schooldag gymles. De Open Universiteit gaat bij hen onderzoeken wat het effect van meer bewegen is op onder meer leerresultaten, motivatie, zelfvertrouwen en stemming.

 

Daling

In het project Gym2Learn (zie de video) krijgt de helft van Mavo-3 dagelijks een uur gymles, terwijl de andere helft gewoon les krijgt. Na vijftien weken wordt dit omgedraaid.
De schoolleiding constateert dat over het algemeen dat de motivatie, de concentratie en de leerresultaten van de leerlingen dalen. Bij jongens sterker dan bij meisjes. Door het project Gym2Learn hoopt de schoolleiding dat deze daling stopt.

 

Theorie

Bewegen is van grote invloed op het leervermogen en op het geheugen. De theoretische verklaring hiervoor is dat sporten (bewegen) een betere doorbloeding van de zogenoemde ‘witte stof’ teweeg brengt. Die verzorgt de verbindingen in de hersenen, die nodig zijn om nieuwe informatie en signalen te verwerken. Zoals bekend, is bij jongeren de prefrontale cortex (het voorste gedeelte van de hersenen) tot ongeveer het 25ste levensjaar nog in ontwikkeling. Door extra te bewegen worden de verbindingen in de prefrontale cortex versterkt. Een verrijkte leeromgeving –extra gymles, sport- zorgt voor meer vertakkingen in het jonge brein. Daarmee wordt de cognitieve (verstandelijke) reserve vergroot.
Eerdere onderzoeken hebben laten zien dat bewegen goed is voor je conditie en voor je cognitie! Bij pubers is dit echter nauwelijks onderzocht. Dit onderzoek zal uitwijzen of dit ook bij hen klopt.

 

 

Actualiteit in de klas: leuk en leerzaam

 

Onderzoek

Leerlingen in het voortgezet onderwijs willen actualiteit in de lessen Nederlands en meer online werken. Dat blijkt uit een onderzoek dat is gebaseerd op ervaringen gedurende één schooljaar in de bovenbouw VMBO van het Carmel College Salland (CCS) in Raalte en de onderbouw HAVO/atheneum/gymnasium van Lyceum De Grundel in Hengelo.

Andere bevindingen zijn: betrek leerlingen bij de keuze van de lesstof, visualiseer de lesstof met behulp van YouTube en laat spelling en grammatica online oefenen. Zoals al langer bekend is, blijken vooral bronnen op internet te motiveren, te boeien en te inspireren.

 

Discussie

‘Moet het onderwijs leuk zijn?’. Deze vraag duikt telkens op in discussies over onderwijsverandering. De NKO denkt dat de waarheid in het midden ligt: het onderwijs kan leuk en leerzaam tegelijk zijn. Cruciaal blijft altijd of de leerling er iets van leert. Dat ‘iets’ is verwoord in de kerndoelen en in de nieuwe referentieniveaus (welke basiskennis en –vaardigheden moeten leerlingen beheersen?). Daar kan geen misverstand over bestaan en er kan getoetst worden of de leerlingen het gewenste niveau hebben bereikt. Tegen deze achtergrond is het een goed idee om leerlingen te betrekken bij de keuze van de lesstof. Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door hen naar hun mening te vragen over het huidige aanbod en naar alternatieven. Uiteindelijk is het natuurlijk de docent die verantwoordelijk is voor wat en hoe er daadwerkelijk wordt geleerd.

 

 

Aantal profielen bovenbouw HAVO-VWO niet verminderen

De Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister van onderwijs, vindt het niet verstandig om nu het aantal profielen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs te verminderen. De vervanging van vier naar twee profielen leidt niet tot een inhoudelijke verbetering. Voor de scholen is er ook in organisatorisch opzicht geen winst te behalen. De Raad wil eerst een grondige analyse van de programma’s van havo en vwo. Lees hier verder.

 

 

Maatschappelijke stage: de puntjes op de ï

Scholen zijn vrij om zelf invulling te geven aan de organisatie van de maatschappelijke stage. Doorgaans loopt de vrijwilligersverzekering via de gemeente. Met deze en andere antwoorden zet minister Van Bijsterveldt de puntjes op de ï met betrekking tot de maatschappelijke stage.

 

Aantal zaken

Schriftelijke vragen van de leden van de Onderwijscommissie van de Tweede Kamer bracht minister Van Bijsterveldt ertoe een aantal zaken rondom de maatschappelijke stage nog eens helder te belichten.

·        Afspraken worden vastgelegd in een stageovereenkomst, die de school, de stagebieder en de ouders ondertekenen. Indien afspraken over de begeleiding niet worden nagekomen kunnen ouders de school of de stagebieder hierop aanspreken.

·        De maatschappelijke stage hoeft niet per se onder schooltijd plaats te vinden. Denk bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk in het weekend.

·        Het gaat om 30 klokuren stage. Meer stage mag, maar mag niet worden meegerekend als onderwijstijd. Het voor- en natraject kunnen scholen integreren in het totale onderwijsprogramma (bijvoorbeeld sollicitatiebrief bij Nederlands, presentatie bij maatschappijleer).

·        Scholen kunnen stageperiodes op vaste momenten in het schooljaar vastleggen, maar zijn dit niet verplicht.

·        De vrijwilligersverzekering is bij 80% van de gemeente geregeld via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 20% heeft dit anderszins geregeld. Er zijn enkele gemeenten die niet zo’n verzekering hebben. Daar loopt het via de verzekering van de school of van de ouders.

 

Aandachtspunten OR

Aandachtspunten voor de OR zijn: is de stageovereenkomst goed geregeld? Ondertekenen de ouders bijvoorbeeld? Hoe zit het in jullie gemeente met de vrijwilligersverzekering? Hoe is de voorbereiding en de nazorg bij jullie op school geregeld? Zijn die activiteiten geïntegreerd in het lesprogramma?

 

Scholen tevreden over inspectiebezoek

Net zoals scholen een tevredenheidsonderzoek doen onder hun ouders, zo doet de inspectie ook geregeld een tevredenheidsonderzoek onder de scholen. Scholen zijn over het algemeen tevreden over het schoolbezoek en de werkwijze van de inspectie. De communicatie tussen schoolbesturen en scholen en medezeggenschapsraden over het inspectierapport kan beter. Lees hier verder.

 

 

 

Wat te doen bij dreigtweets?

Steeds vaker versturen leerlingen dreigtweets. Het veroorzaakt meestal onrust op school en angst bij de betreffende leerling(en). Heeft de school beleid ontwikkeld, zodat duidelijk is wat de sancties zijn? Zijn de OR- en MR-ouders hierbij betrokken geweest?

 

Onrust

Begin september werden twee meisjes van het Oranje Nassau College in Zoetermeer via Twitter bedreigd. Op school ontstond veel onrust door de aanwezigheid van de politie en daarom werden de leerlingen naar huis gestuurd. Half september stuurde het Sint Maarten College in Maastricht een leerling van school, die dreigtweets had verzonden.

Dit zijn zomaar twee voorbeelden uit september, maar uit de afgelopen maanden zijn er talloze andere gevallen bekend. Ook leraren zijn soms het mikpunt. Meestal zijn de (anonieme) afzenders onnozele halzen, die de reikwijdte van hun daad niet overzien en het zelf een goede grap vinden. Dat is pubers eigen, maar het heeft wel vervelende consequenties. 

 

Beleid?

De vraag is of de hierboven genoemde scholen van tevoren wisten hoe ze moesten handelen. Of dat er is gehandeld naar aanleiding van het voorval. Dat is het verschil tussen doordacht beleid en incidentenbeleid. Het zijn vragen die een actieve OR/OV c.q. MR-oudergeleding in het overleg met de schoolleiding kan bespreken. Misschien is het verstandig een werkgroep samen te stellen van schoolleiding, leraren en ouders (en leerlingen?) om na te gaan welke situaties zich voordoen en kunnen voordoen. Gevolgd door de vraag welke sancties of acties binnen de school daarbij van toepassing zijn. Regelmatig zal opnieuw overleg nodig zijn, want de technologische ontwikkelingen gaan snel. Mogen leerlingen bijvoorbeeld op hun smartphone informatie op internet opzoeken tijdens de les?

 

MR

Als zo’n werkgroep met een voorstel komt dat wordt overgenomen door de school, moet het wel eerst voor instemming worden voorgelegd aan de voltallige MR. Mogelijk leidt het tot wijziging van het schoolreglement of leerlingenstatuut (Wms, art. 10 onder c) of tot vaststelling dan wel wijziging van regels op het gebied van veiligheid- en welzijnsbeleid (Wms, art. 10 onder e).

 

 

Contact

Voor vragen en opmerkingen: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of bel 0800- 5010, toets 1 en dan 2.

 

 

Leden Inlogformulier



Kalender

  • 21-05-2012 | 19:45 Vergadering bestuur OV met directie
  • 19-06-2012 | 19:00 Afsluiting schooljaar bestuur OV Sop...
  • 28-06-2012 | 18:30 Diploma-uitreiking
Copyright © 2012 Oudervereniging Sophianum. Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is gratis open source software vrijgegeven onder de GNU/GPL Licentie.